Geen nood, je bent op de juiste plek.
Adviestalent is vanaf 1 november 2019 doorgegaan als OpMorgen

Verder

De energietransitie als ruimtelijk vraagstuk

Ruben van de Belt Adviseur Energie & Duurzaamheid OchtendMensen TwynstraGudde

Ruben van de Belt was van 2017 tot en met 2020 werkzaam als adviseur bij OchtendMensen. In juli 2019 schreef hij het artikel ‘De energietransitie als ruimtelijk vraagstuk’ voor Stadswerk magazine. Met toestemming van Ruben en Stadswerk magazine brengen we dit artikel opnieuw onder de aandacht, omdat de lessen van Ruben nog steeds actueel zijn in de warmtetransitie in wijken.

Bij initiatieven rond de energietransitie zijn vaak veel partijen en belangen in het geding die niet vanzelf op elkaar aansluiten. Hoe leid je dat in goede banen? De methode Strategisch Omgevingsmanagement geeft diverse handvatten en tips. OchtendMensen en Twynstra Gudde passen deze methode toe om in complexe projecten en vraagstukken
goed om te gaan met de omgeving. Daarmee wordt de kans groter dat oplossingen stand houden en dat besluitvorming breed gedragen is.

We zaten in een zaaltje met een heleboel verschillende kaarten op tafel. Het doel was om input op te halen over hoe in de omgevingsvisie over het ‘buitengebied’ gedacht zou worden. Aan mijn tafeltje ging het vrijwel meteen over de energietransitie. Daarbij was van eensgezindheid weinig sprake: de agrariër tekende zonder problemen enkele windturbines op de kaart maar gruwelt van zonneparken, want ‘dat is toch zonde van die mooie landbouwgrond’. Zijn buurman, voorzitter van de dorpsvereniging, was bang dat teveel windturbines het eeuwenoude aangezicht van het gebied zouden veranderen. Daarnaast is het voor omwonenden veel makkelijker om in zonneparken te investeren waar ook de leefbaarheid van het dorp van zou profiteren.
Gaat het dan enkel om de overbekende voorbeelden van zon en wind waar de energietransitie haar ruimtelijke impact laat zien? De vraag stellen, is hem beantwoorden: de vraag naar ruimte speelt zelfs zozeer dat volgens een energiegoeroe als Vaclav Smil de ‘energiedichtheid’ van bronnen, opslag en transport het belangrijkste criterium is om beleidskeuzes te maken. Zo ook in de ondergrond en op straatniveau.

Ruimteclaims

Dit zal ook duidelijk worden als de schop in de grond gaat in alle wijken die van het aardgas afgekoppeld gaan worden. Warmtenetten vragen met hun toeleverende retourleidingen veel meer ruimte dan conventionele aardgasnetten. De toename van zonnepanelen op daken en de capaciteit van het laagspanningsnet zorgen bovendien voor meer transformatorhuisjes in de wijk en op buurt- of huisniveau voor de aanleg van batterijen. Of denk aan het aanleggen van gesloten WKO-systemen (warmte-koudeopslag) waarbij interferentiekaarten ervoor moeten zorgen dat de WKO van de ene woning geen effect heeft op die van de buren. Elke techniek heeft zo zijn eigen ruimteclaims door de fysieke afmetingen en zonering.

De beroemde schrijver Mark Twain heeft het naar verluid al gezegd: ‘Koop land, dat maken ze tegenwoordig niet meer’. Grond en ruimte zijn schaars. De grote vraag is dan ook: hoe kom je verder met dit ruimtelijke vraagstuk? Zonder uitputtend te zijn, en natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, volgen hierna drie tips die helpen in het zoeken naar de volgende stap.

"In dit artikel geef ik drie tips vanuit het gedachtengoed van Strategisch Omgevingsmanagement, die helpen in het zoeken naar de volgende stap in het ruimtelijke vraagstuk van de energietransitie."

Ruben van de Belt - Adviseur OchtendMensen van 2017 tot en met 2020 - Nu beleidsadviseur Duurzame Energie Ministerie BZK

Tip 1: Gezamenlijk op zoek naar feiten

Overeenstemming ontstaat niet zomaar, daar moet je samen aan werken. Een grote bron van discussies heeft vaak te maken met de feitelijke situatie. Bij verschillende betrokkenen zijn verschillende kaarten, gegevens en data in omloop. Maar ook verschillende ervaringen met en herinneringen aan het gebied. Bewoners die er al decennia wonen, hebben al veel werkzaamheden meegemaakt: zowel wat er gebeurde als de manier waarop. Grondroerders hebben kaarten van de leefomgeving van inwoners die de inwoners vaak nog nooit gezien hebben.
De eerste stap om er samen uit te komen, is om al deze gegevens en kennis op tafel te leggen, te vergelijken en tegenstrijdigheden op te lossen. Pas als iedereen hetzelfde feitelijke vloertje heeft, kan je het over de toekomst gaan hebben.

Tip 2: Van standpunt naar belang

Zodra het gesprek over die toekomst begint, worden er vaak eerst standpunten uitgewisseld: ‘Ik ben tegen zus,’ of: ‘Ik ben voor zo’. Vaak emotioneel geladen en in ieder geval al langer overpeinsd. Dat vraagt om een onafhankelijk gespreksleider die helpt te zoeken naar het verdiepen van die standpunten. Waarom vind je dat? Wat maakt dat je dat vindt? Vaak kom je dan terecht bij wat die persoon of organisatie echt belangrijk vindt in het proces. Dat biedt vaak veel meer aanknopingspunten voor een succesvol vervolg, dan het blijven hangen in standpunten. Zo kan een standpunt tegen een extra transformatorhuisje omvormen naar het belang dat groen – en dan met name bomen en speelgelegenheid – ten minste behouden blijft in de wijk, zodat deze ook kindvriendelijk blijft.

Tip 3: De energietransitie moet geen ‘space race’ worden

Als de belangen van alle betrokkenen helder zijn – of het nou om grote organisaties, zoals de grondroerende partijen, of buurtbewoners gaat -, is het de kunst om te zien waar die mogelijk botsen. In de stap van standpunt naar belang zal een deel zich oplossen. Maar omdat grond en ruimte schaars zijn, zullen er conflicterende belangen blijven. De kunst is dan vooral om er geen ‘space race’ van te maken; geen wedstrijdje armpje drukken. Want de energietransitie is niet in één dag geregeld. En ook bij andere kwesties zullen de betrokkenen elkaar nog tegenkomen. Al was het maar bij de buurtbarbecue of bij een vergelijkbaar project in een andere gemeente. Er is altijd een volgende keer. Het is veel kansrijker om te zien hoe de taart groter gemaakt kan worden. Samen te zoeken naar welke creatieve en out-of-the-box-opties er zijn om toch tegemoet te komen aan de belangen. Of dat in ieder geval zoveel mogelijk te doen.

Duurzame nieuwbouw als kans binnen de warmtetransitie

Laura Smid Adviseur Energie en Duurzaamheid OchtendMensen

Door Laura Smid, 12 april 2021

Afbouwen afhankelijkheid van aardgas

In Nederland staan we voor de opgave om onze afhankelijkheid van aardgas zo snel mogelijk af te bouwen. Deze transitie bestaat uit twee sporen.

Het eerste spoor richt zich op bestaande bouw afkoppelen van aardgas. De regie hiervoor ligt grotendeels bij gemeenten. In de Transitievisie Warmte beschrijven gemeenten hoe zij hun gebouwde omgeving wijkgericht van het aardgas af koppelen.

Het tweede spoor richt zich op het energieneutraal bouwen van nieuwbouwwoningen, uiteraard aardgasvrij. Dit houdt in: nieuwe woningen goed isoleren, slim ontwerpen en aansluiten op alternatieve vormen van energie- en warmtevoorzieningen. Verder kan nieuwbouw de warmtetransitie in de bestaande stad versnellen. Door energieleverend te bouwen, kan nieuwbouw bestaande wijken voorzien van duurzame energie. Op deze manier biedt duurzame nieuwbouw kansen voor de warmtetransitie. Warmtebedrijven, corporaties, gemeenten, netbeheerders, ontwikkelaars en bouwbedrijven staan samen aan het roer om dit te realiseren.

Warmtetransitie in de Amersfoortse woningbouw

Net als in de rest van de Randstad is de Amersfoortse woningmarkt oververhit. Om tegemoet te komen aan de vraag bouwt de regio Amersfoort 1.000 woningen per jaar. De gemeente zet hierbij slim in op duurzame nieuwbouw.

Energieneutraal bouwen, en hiermee aardgasvrij bouwen, is niet de enige duurzame opgave. Klimaatadaptatie, circulariteit en duurzame mobiliteit zijn eveneens belangrijke uitdagingen om onze gebouwde omgeving toekomstbestendig te maken. Echter, deze verschillende thema’s kunnen met elkaar conflicteren en hiermee vertragend werken. Zo hebben we groene daken nodig voor biodiversiteit, waterafvoer en verkoeling, maar daken zijn ook gunstig voor zonnepanelen. In plaats van de verschillende ambities te stapelen, moeten we deze ambities integraal afwegen. De uitdagingen die komen kijken bij het verduurzamen van onze gebouwde omgeving vragen om een nieuwe manier van gebiedsontwikkeling.

Integrale aanpak duurzame gebiedsontwikkeling

Amersfoort is met haar integrale aanpak vooruitstrevend. Samen met collega Marleen Sanders van TwynstraGudde onderzoekt OchtendMensen-adviseur Laura Smid hoe integraal werken georganiseerd kan worden, en hoe dit de gemeente verder brengt. Integraliteit wordt gewaarborgd door alle ambities op tafel te leggen, tegenstrijdigheden te bespreken, af te wegen en gezamenlijk keuzes te maken. Dit is een tijdrovend en complex proces, waarbij veel verwacht wordt van de duurzaamheidsadviseur, projectmanager en andere stakeholders. Door in gesprek te gaan met projectleiders, adviseurs, ontwikkelaars en andere experts onderzoeken Marleen en Laura hoe de verschillende ambities afgewogen kunnen worden en welke lessen hieruit zijn te trekken. Verschillende tools kunnen hierbij helpen. Welke tool het beste past, hangt af van de projectgrootte, het gebied, de grondeigenaar en de ervaring van de ontwikkelaar.

Duurzaamheid vroegtijdig integreren in werkprocessen

Al vroeg in de ontwikkelfase van een gebied zoekt de gemeente Amersfoort samenwerking met marktpartijen en wordt zoveel mogelijk gezamenlijk opgetrokken in het ontwikkelproces. Na aankoop van grond door de ontwikkelaar meldt deze partij zich bij de gemeente met een bouwplan. Dit bouwplan komt binnen bij het projectbureau van de gemeente Amersfoort. Direct worden de adviseurs Duurzame Nieuwbouw vanuit het programma Duurzame Stad betrokken. Een belangrijke les is dat duurzaamheid zo vroeg mogelijk in het proces een rol moet krijgen. Om deze reden vragen de adviseurs Duurzaamheid aan grondeigenaren om een duurzaamheidsvisie. In deze visie komen allerlei onderwerpen aan bod, zoals een visie op het energieconcept, natuur inclusief bouwen en circulariteit. Hierdoor wordt aan de voorkant nagedacht over de kansen en uitdagingen per duurzaamheidspijler van de gemeente Amersfoort. Later in het proces wordt gevraagd om deze visie te concretiseren in een duurzaamheidsplan. Wanneer duurzaamheid pas later in het project aan bod komt, kost dit vaak meer geld en zijn aanpassingen tijdrovend. Hoe eerder wordt nagedacht over duurzaamheid, hoe slimmer, makkelijker, goedkoper en beter het eindresultaat. Toch zijn we er nog niet. Integraal werken is voor veel gemeenten lastig en dit gaat gepaard met vallen en opstaan. Het is mooi om te zien dat in de gemeente Amersfoort serieuze stappen worden gezet om dit te bewerkstelligen.

" Een belangrijke les is dat duurzaamheid zo vroeg mogelijk in het proces van gebiedsontwikkeling een rol moet krijgen. Duurzame nieuwbouw vraagt om een integrale aanpak voor duurzame ontwikkeling en betrokkenheid van alle stakeholders."

Laura Smid - Adviseur Energie & Duurzaamheid OchtendMensen

OchtendMensen-adviseur Laura Smid als adviseur Duurzaamheid bij de gemeente Amersfoort

In haar opdracht als adviseur Duurzaamheid bij de gemeente Amersfoort voert Laura veel gesprekken met stakeholders. Door dit te analyseren worden nieuwe werkafspraken gemaakt. Op deze manier zorgt zij ervoor dat duurzaamheid geborgd wordt in gebiedsontwikkeling. Benieuwd wat Laura nog meer doet binnen de gemeente Amersfoort? Lees hier meer over haar opdracht.

Wil je weten wat voor Energie- en Duurzaamheid-opdrachten OchtendMensen doen, lees dan verder op onze themapagina. En wil je op de hoogte worden gehouden van wat OchtendMensen doet op het gebied van en publiceert over Energie & Duurzaamheid, schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.

Zes vragen over de warmte­transitie aan Jos van Dalen, programma­directeur Aardgasvrije Wijken

Stijn Grundeman en Jorik van Koppen Adviseurs Energie en Duurzaamheid OchtendMensen TwynstraGudde

Door Jorik van Koppen en Stijn Grundeman, 8 april 2021

Jorik van Koppen en Stijn Grundeman, adviseurs Energie- & Duurzaamheid van OchtendMensen, interviewden in maart 2021 Jos van Dalen, Programmadirecteur Aardgasvrije Wijken van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Een leuk maar vooral ook erg leerzaam gesprek! Zij legden hun prangende vragen en die van hun collega’s over het Programma Aardgasvrije Wijken aan Jos voor.

Vraag 1: Stel, we gaan 10 jaar verder in de tijd: Wat is er tegen die tijd volgens u al gerealiseerd in de warmtetransitie in wijken. En op wat voor manier is uw visie over aardgasvrije wijken dan veranderd?

“Over tien jaar is het ongeveer 2030. Dat is een mooi, markant tussenmoment richting de klimaatdoelen van 2050. Dan zou de fase van opschaling voorbij moeten zijn en zou de uitvoering begonnen moeten zijn. Om voortgang te maken, is het essentieel dat de wijkgerichte aanpak en individuele maatregelen – zoals isolatie – parallel uitgevoerd worden. We zullen snel stappen kunnen zetten op het gebied van isoleren en de installatie van hybride warmtepompen. Maar voor de wijkgerichte aanpak er is nog een behoorlijke periode nodig om te leren hoe dat moet. Het zal dus nog even duren voordat dit spoor volledig op stoom komt. Veel businesscases komen de eerste jaren zonder bijspringen door de overheid niet rond.

Voor de wijkgerichte aanpak is het zaak om te ‘vertragen om te versnellen’. Het is wat mij betreft niet verstandig om nu de wijken in te rennen met ‘aardgasvrij’ als heilig mantra. We zullen zeker tot 2025 de tijd moeten nemen om te leren hoe het moet. De vijf jaar daarna kunnen we dan opschalen. We moeten, met de beschikbare middelen, wel sturen op de klimaatdoelen van 2030. Daarbij is het van belang dat we de kansen die er zijn, bijvoorbeeld in wijken waar stedelijke vernieuwing plaatsvindt, niet aan ons voorbij te laten gaan. Maar de precieze route richting 2030 is nog ongewis. Deze hangt ook af van de ontwikkeling van potentiële ‘gamechangers’ zoals waterstof. Als waterstof een goedkope ‘commodity’ op de wereldmarkt wordt, zou dit een rol kunnen gaan spelen in de gebouwde omgeving. Zeker in de gebieden waar het lastig is aardgasvrij te worden, zoals in oude binnensteden en mogelijk in het buitengebied. Waterstof dient in eerste instantie in ieder geval in te worden gezet waar het noodzakelijk is, zoals in de industrie en transport.”

De vraag van Jorik van Koppen Adviseur OchtendMensen

Vraag 2: Veel gemeentes geven aan dat er beperkte financiering is voor de aanpak van warmtetransitie op wijkniveau. Hoe kunnen gemeentes dan toch effectief zijn?

“Dat er beperkte financiering is klopt. Het Programma Aardgasvrije Wijken is geen uitvoeringsprogramma, maar een leerprogramma. Er zijn wel flink wat middelen beschikbaar om met proeftuinen te leren hoe het moet. De gemeentes krijgen hierbinnen een behoorlijke bijdrage om alles te doen wat nodig is om uiteindelijk die wijk aardgasvrij te maken: de onrendabele top financieren, de proceskosten dekken, de onderzoekskosten financieren, et cetera.

Buiten de proeftuinen starten straks ook de andere gemeenten met de wijkaanpak. Dit start met name na 2021 wanneer de transitievisies warmte gereed zijn. De kosten voor het inrichten van de organisatie bedragen volgens een recente studie in totaal 1.6 miljard euro. Met het inrichten willen we uiteraard helpen, door bijvoorbeeld regionaal met kennis te ondersteunen.

Ik denk dat je er de eerste jaren zonder subsidies en overheidsbijdragen niet uitkomt. Met de huidige de lage gasprijs krijg je de business case simpelweg niet rond. Gaat het lastig worden om die subsidie los te krijgen? Zeker als je naar de Tweede Kamer kijkt, zie je grote verschillen in standpunten. Er is veel draagvlak voor isolatie, maar er wordt verschillend gedacht over wel of niet intensiveren van de wijkgerichte aanpak. Het zou heel goed kunnen dat de doelen die nu in het Klimaatakkoord staan over de wijkgerichte aanpak (1,5 miljoen woningen in 2030 verduurzaamd) niet haalbaar zijn. Maar, zoals gezegd, is het van groot belang dat we het kind niet met het badwater weggooien en niet stilvallen met de wijkgerichte aanpak. Doorgaan, al is het in een lager tempo, levert ons waardevolle lessen op. Ook is het goed om daar te beginnen waar het wel uit kan of waar koppelmogelijkheden zijn, bijvoorbeeld met stadsvernieuwing. We moeten in ieder geval goed in beeld krijgen wat de onvoorziene kosten zijn, welke oplossingen de laagste kosten hebben en wat je moet doen om het voor alle partijen betaalbaar te houden. Dit zijn essentiële lessen die ons in staat stellen om uiteindelijk op te schalen.”

Vraag 3: Hoe gaat het programma Aardgasvrije Wijken om met de negatieve tendens in de media rond aardgasvrij? Een jaar geleden heeft bijvoorbeeld Zondag met Lubach een item over aardgasvrije wijken gemaakt.

“Goeie vraag [Lachend]. Als Lubach het over je heeft, dan besta je. Ik durf wel te zeggen dat het onderwerp echt op de kaart staat en dat is ook belangrijk. Sommige mensen zeggen wel eens tegen me: ‘Jos, hoe hou je dat vol, de hele dag die negatieve publiciteit over je heen?’. De berichtgeving is inderdaad vaak negatief geweest de afgelopen jaren. Dat maakt het lastig. Voor zo’n transitie is het belangrijk dat er ook successen zijn. Dat bewoners blij zijn met een comfortabel huis en zeggen: ‘Het viel best mee’. Vanuit de Haagse werkelijkheid wordt het al gauw platgeslagen tot iets wat te duur, te complex en te weinig gedragen is. Als je verder kijkt, ligt het beeld veel genuanceerder. In de proeftuinen wordt echt voortgang geboekt.

Bij het opstellen van het Klimaatakkoord was bij Diederik Samson – toch de grote roerganger toen – het beeld dat ‘als de condities goed zijn, het wel gaat lopen’. Die condities zijn wel essentieel, maar er is meer nodig. Het proces om te komen tot een uitvoeringsplan in een wijk blijkt complexer dan eerder gedacht. Maar we zijn natuurlijk niet voor niks begonnen aan zo’n bijzonder leerprogramma met een budget van circa 400 miljoen euro. We beseften vanaf het begin dat de proeftuinen nodig zijn om te leren over hoe de wijkaanpak werkt. We wisten dat namelijk echt niet. De overtuiging was dat we hier goed in moesten investeren en dat dit zich later terug zou betalen.”

"Het Programma Aardgasvrije Wijken is geen uitvoeringsprogramma, maar een leerprogramma. Wat er wordt gedaan in ons programma doet eigenlijk nog niemand. In Europa is er al veel focus op isolatie, maar een gebiedsgerichte of wijkgerichte aanpak voor de warmtetransitie zie je nog weinig."

Jos van Dalen - Programmadirecteur Aardgasvrije Wijken van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (Foto door Kick Smeets)

Vraag 4: Wat is de meest verrassende les voor het Programma Aardgasvrije Wijken?

“Ik dacht in het begin dat het opstellen van een goede business case niet zo ingewikkeld zou zijn. Het tegendeel bleek waar. Er zijn zoveel partijen betrokken en dat maakt het erg lastig. Alle partijen hebben ook hun eigen plannen en hun eigen optimale investeringsritme. Woningcorporaties hebben grote onderhoudsplannen. Netbeheerders en warmtebedrijven hebben hun eigen trajecten. En de bewoner heeft ook een eigen investeringsmoment. Dat moet allemaal bij elkaar komen in één wijkaanpak.

De plannen van grote partijen zijn nog te overzien. Maar in een wijk heb je ook veel individuele woningeigenaren die je mee moet krijgen. Dat maakt het razend complex. De meeste mensen zijn welwillend, maar men moet het wel kunnen betalen en niet te lang in de rommel zitten. Je moet het dan zo organiseren dat 90% zegt: ‘Dit is aantrekkelijk genoeg voor mij, ik doe mee!’. Je houdt dan altijd een klein groepje over dat niet over te halen is en die je moet uiteindelijk moet dwingen om mee te gaan. Dan moet je het aan de voorkant wel goed doen en iedereen voldoende mogelijkheden bieden. Om dit proces goed uit te vinden, hebben we nog wel een aantal jaren nodig.”

Vraag 5: Wordt er ook gekeken naar de warmtetransitie in andere landen? Wat zijn de verschillen met de Nederlandse aanpak en wat valt er van andere landen te leren?

“We kunnen nog best op meer manieren naar onze buurlanden kijken. Ik ben zelf betrokken bij de Positive Energy Districts; een bestaand programma in Europa waarin wordt onderzocht hoe de energietransitie in de stedelijke omgeving vorm kan krijgen met een gebiedsgerichte aanpak. Je ziet dat er binnen de Europese Commissie ook veel belangstelling is voor wijkgericht werken. Denemarken is een mooi voorbeeld van een land waar al grote stappen zijn gezet met warmtenetten. Zelf wil ik een keer naar Denemarken om te kijken hoe ze het daar precies doen. Ik geloof dat Europese landen meer met elkaar moeten optreden en dat we daar de komende jaren meer op moeten inzetten.

In Europa is er al veel focus op isolatie, maar een gebiedsgerichte aanpak zie je nog weinig. Wat er wordt gedaan in het Programma Aardgasvrije Wijken doet eigenlijk niemand nog. Het voordeel is dat we in Nederland gewend zijn om samen te werken. Aan de andere kant heb je soms juist harde wetgeving nodig om de juiste kaders te hebben, en daar zijn juist andere landen weer beter in. Deze transitie gaat echter alleen werken als je mensen meekrijgt. En alle partijen meekrijgen is nou net wat in onze cultuur zit.”

Vraag 6: Is uw huis al aardgasvrij?

“[Lachend] Ik had al gehoopt dat we niet meer aan deze vraag zouden toekomen. Nee, mijn huis is nog niet aardgasvrij. Ik ben ook best wel een pragmatische calculerende Nederlander. Ik koop nooit de eerste gadgets en wil eerst zien wat er verstandig is. Ik vind het wel belangrijk om te kijken naar wat er dan wel kan. Mijn huis is al behoorlijk goed geïsoleerd en ik heb ruimte op mijn dak voor zonnepanelen. Misschien helpt het ook wel in mijn functie dat ik zelf ook zo’n kritische burger ben die goede wil heeft, maar niet tot de koplopers behoort.”

Wil je weten wat voor Energie- en Duurzaamheid-opdrachten OchtendMensen doen, lees dan verder op onze themapagina. En wil je op de hoogte worden gehouden van wat OchtendMensen doet op het gebied van en publiceert over Energie & Duurzaamheid, schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.

Hoe krijgen we gezamenlijk alle wijken in Nederland aardgasvrij?

Sanne Steggerda en Oukje van Merle Adviseurs Energie en Duurzaamheid OchtendMensen

Door Oukje van Merle en Sanne Steggerda, 6 april 2021

De participatiehorizon van Jeroen Boon (Programma Aardgasvrije Wijken), en vier lessen voor onderweg…

Ideeën over welke rol bewoners willen én kunnen spelen in de energietransitie zijn in beweging. Jeroen Boon, VNG-projectleider Participatie en Communicatie bij het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) ziet nieuwe participatieprincipes aan de horizon. En het is niet alleen een vergezicht; hij heeft ook tips over hoe we daar het beste kunnen komen! OchtendMensen-adviseurs Oukje van Merle en Sanne Steggerda spraken Jeroen en nemen je graag mee in zijn toekomstvisie op de warmtetransitie.

De participatiehorizon bij warmtetransitie in wijken

De participatiehorizon van de energietransitie - OchtendMensen

Van communicatieve participatie naar eigenaarschap en medezeggenschap

In het heden heeft participatie vaak meer te maken met communicatie, dan met participatie. Communicatiemiddelen als handreikingen en informatiebijeenkomsten worden door overheden ingezet om bewonersgroepen te bereiken en te informeren. Jeroen ziet in de toekomst juist een groeiende mate van autonomie bij bewoners. Deze beweging van onderop zorgt voor een groeiende mate van co-creatie, eigenaarschap en medezeggenschap. Bewoners zijn zelf ‘in control’, zoals bijvoorbeeld via energie-coöperaties. Hierbij zijn bewoners in de toekomst (mede-)eigenaar van een gedistribueerde en decentrale warmte-infrastructuur. Een vergezicht dat veel verder gaat dan een bewonersavond!

Van consument naar prosument

Door toenemende samenwerkingen tussen publiek en privaat zullen nieuwe vormen van participatie ontstaan. Voorheen zagen we bewoners als energieverbruikers, ofwel consumenten. Vooruitblikkend zijn wij als bewoners degenen die óók energie kunnen produceren. De bewoner wordt een combinatie van consument én producten, oftewel ‘prosument’. Bijvoorbeeld een bewoner die zelf veel zonnepanelen op zijn dak heeft en hiermee zowel zichzelf als zijn buurman van energie voorziet.

Van wantrouwen naar nieuwe relatie burger-overheid

Het ontbreken van vertrouwen tussen burger en overheid heeft gezorgd voor een grotere afstand tussen overheden en de leefwereld van bewoners. Jeroen ziet een toekomst voor zich waar de overheid in haar netwerk en responsieve rol zal groeien. In lijn met het aangaan van het in nieuw leven geblazen ‘sociaal contract’ van Pieter Omtzigt, zal er zowel van de overheid als van de burgers een nieuwe mentaliteit worden gevraagd om het onderlinge vertrouwen te herstellen. Overheden en burgers groeien in een nieuwe relatie waarin samen wordt opgetrokken en wederzijds wensen en kennis worden gehoord en gezamenlijk toegepast.

Vier tips voor onderweg naar een aardgasvrij Nederland

Nu we samen in de toekomst van de warmtetransitie hebben gekeken, rest ons de belangrijke vraag: Hoe komen we daar? Welke lessen heeft Jeroen de afgelopen jaren getrokken, en wat leren deze ons over wat er nodig is om de participatiehorizon van de warmtetransitie te bereiken?

Vier tips voor onderweg naar de warmtetransitie - OchtendMensen

1. Stap ook af op degene die niet wil

Participatie gaat veel verder dan handreikingen en onderzoeken. Het gaat over doen en durven! De participatie-aanpak vergt nieuwe bewegingen van burgers. En niet alleen van de mensen die al bekend zijn met participatie. Het is voor gemeenten belangrijk om juist af te stappen op bewoners waarvan je verwacht dat ze niet mee willen in de energietransitie. Het is belangrijk om polarisatie te voorkomen. Durf met iedereen om tafel te zitten en blijf luisteren!

2. Streef naar sociaal rechtvaardige oplossingen

De energietransitie kost geld. Het is belangrijk dat we energiearmoede voorkomen en dat het aardgasvrij maken van je woning voor iedereen betaalbaar is.

3. Benader participatie als integraal geheel

Participatie en communicatie wordt vaak als een aparte opgave opgesteld. Maar zet participatie en communicatie juist in als een integraal onderdeel van de opgave. Participatie is niet onder één vakgebied te koppelen. Het bevat onder andere juridische, financiële en technische aspecten. Ontwikkelingen op deze onderdelen kunnen in de huidige tijd van de energietransitie niet meer los van elkaar gezien worden. Participatieprocessen vergen een integrale aanpak, waardoor kruisbestuiving en nieuwe samenwerkingen optreden in de energie-opgave.

4. Gebruik de kracht van de nieuwe generatie die meerdere talen spreekt

Nodig de nieuwe generatie uit in je proces. Zij brengen een frisse blik, durven tegenvragen te stellen en snappen dat er niet alleen vooruitgang wordt geboekt door te komen met deeloplossingen, maar juist ook door meerdere talen te verstaan en te durven spreken.

Wil je verder lezen over participatie bij het aardgasvrij maken van wijken? Neem dan een kijkje op de website van het PAW, bekijk de participatiecoalitie of lees verder via het Overlegorgaan voor de fysieke leefomgeving.

‘’Ik geloof in de nieuwe generatie professionals, zoals jullie van OchtendMensen dat zijn. Jullie kijken met een brede blik naar de maatschappelijke opgaven, hebben vaak meerdere studies gecombineerd en werken bij veel verschillende organisaties. Daardoor spreken jullie meerdere talen. Dat is hard nodig in de energietransitie. ’’

Jeroen Boon - VNG-projectleider Participatie en Communicatie bij het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW)

Reflectie van OchtendMensen op nieuwe participatieprincipes bij warmtetransitie

Er zit veel druk op de energietransitie en de klimaatdoelen die we in Nederland hebben gesteld. Het is belangrijk om iedereen mee te krijgen én om tijd te nemen om te reflecteren en stil te staan. Dat is een hele uitdaging als er haast bij is. Maar laten we niet vergeten elkaar vragen te blijven stellen: Pakken we participatieprocessen op de juiste manier aan?, Is iedereen wel aan boord?

Oukje en Sanne blikken terug op een interessant en inspirerend gesprek met Jeroen waarbij alle grote vragen rondom participatie bij aardgasvrije wijken aan bod kwamen. Het is goed en belangrijk om de horizon én de belangrijke tips voor onderweg mee te nemen naar de waan van de dag, om zo te blijven streven naar een sociaal duurzamere toekomst. Door de toekomst in het oog te houden, zorg je ook dat je op het juiste pad blijft lopen. Of zoals Jeroen zei: ‘’Transitie is versnellen door ook stil te staan en te reflecteren op de geleerde lessen’’. Dankjewel Jeroen, voor dit interessante en leerzame gesprek!

Wil je weten wat voor Energie- en Duurzaamheid-opdrachten OchtendMensen doen, lees dan verder op onze themapagina. En wil je op de hoogte worden gehouden van wat OchtendMensen doet op het gebied van en publiceert over Energie & Duurzaamheid, schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.

Warmte­transitie in wijken

Warmtetransitie in wijken OchtendMensen TwynstraGudde

OchtendMensen leert over de warmtetransitie en werkt eraan! Op deze themapagina ‘Warmtetransitie in wijken’ vind je er informatie over, in de vorm van interviews, blogs en projecten van OchtendMensen. Leer je met ons mee?

De opgave: Verduurzamen van de warmtevraag

De maand april 2021 staat bij OchtendMensen in het teken van de warmtetransitie in wijken. De warmtetransitie gaat over het verduurzamen van de warmtevraag: het verwarmen van de huizen en de manier waarop we koken. Een transitie waar heel Nederland bij betrokken is: jij ook! Want de warmtetransitie zal ook in jouw huis plaatsvinden. Op dit moment wordt de opgave per wijk aangepakt. Daarom werken gemeenten nu aan wijkgerichte aanpakken. Maar waar willen we naartoe? Hieronder vind je de doelstellingen die zijn geformuleerd voor 2030 en 2050.

Antwoorden op én nieuwe vragen rondom de warmtetransitie

Veel aspecten van de warmtetransitie zijn nog onduidelijk. Gemeenten stellen dit jaar transitievisies warmte op. Daarnaast wordt er op nationaal niveau gezamenlijk geleerd binnen het Programma Aardgasvrije Wijken (paw), aan de hand van proeftuinen. Wat voor regie gaan de gemeenten, de provincies en het Rijk hierop voeren? Wat zijn de meest betrouwbare en betaalbare manieren om onze huizen in de toekomst te verwarmen?

Welke participatievorm past in welke context? En hoe zorg je ervoor dat je deze opgave verbindt aan andere opgaven in de wijk? Er zijn genoeg vragen en uitdagingen! De afgelopen weken hebben wij vanuit OchtendMensen een aantal van deze vragen aan professionals gesteld. In de maand april 2021 nemen we je mee in onze zoektocht naar informatie rondom de warmtetransitie. We komen tot antwoorden én tot nieuwe vragen. Leer je met ons mee?

 

Gedurende de maand april 2021 vult deze pagina zich met artikelen over de warmtetransitie: Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gedurende de maand april 2021 worden artikelen over de warmtetransitie in de wijken toegevoegd op deze themapagina. Wil je op de hoogte blijven? Houd onze social media-kanalen in de gaten, of schrijf je hieronder in voor de Energie & Duurzaamheid-nieuwsbrief!

Meld je aan voor onze nieuwsbrief