Geen nood, je bent op de juiste plek.
Adviestalent is vanaf 1 november 2019 doorgegaan als OpMorgen

Verder

De energietransitie als ruimtelijk vraagstuk

De energietransitie als ruimtelijk vraagstuk

Ruben van de Belt was van 2017 tot en met 2020 werkzaam als adviseur bij OchtendMensen. In juli 2019 schreef hij het artikel ‘De energietransitie als ruimtelijk vraagstuk’ voor Stadswerk magazine. Met toestemming van Ruben en Stadswerk magazine brengen we dit artikel opnieuw onder de aandacht, omdat de lessen van Ruben nog steeds actueel zijn in de warmtetransitie in wijken.

Bij initiatieven rond de energietransitie zijn vaak veel partijen en belangen in het geding die niet vanzelf op elkaar aansluiten. Hoe leid je dat in goede banen? De methode Strategisch Omgevingsmanagement geeft diverse handvatten en tips. OchtendMensen en Twynstra Gudde passen deze methode toe om in complexe projecten en vraagstukken
goed om te gaan met de omgeving. Daarmee wordt de kans groter dat oplossingen stand houden en dat besluitvorming breed gedragen is.

We zaten in een zaaltje met een heleboel verschillende kaarten op tafel. Het doel was om input op te halen over hoe in de omgevingsvisie over het ‘buitengebied’ gedacht zou worden. Aan mijn tafeltje ging het vrijwel meteen over de energietransitie. Daarbij was van eensgezindheid weinig sprake: de agrariër tekende zonder problemen enkele windturbines op de kaart maar gruwelt van zonneparken, want ‘dat is toch zonde van die mooie landbouwgrond’. Zijn buurman, voorzitter van de dorpsvereniging, was bang dat teveel windturbines het eeuwenoude aangezicht van het gebied zouden veranderen. Daarnaast is het voor omwonenden veel makkelijker om in zonneparken te investeren waar ook de leefbaarheid van het dorp van zou profiteren.
Gaat het dan enkel om de overbekende voorbeelden van zon en wind waar de energietransitie haar ruimtelijke impact laat zien? De vraag stellen, is hem beantwoorden: de vraag naar ruimte speelt zelfs zozeer dat volgens een energiegoeroe als Vaclav Smil de ‘energiedichtheid’ van bronnen, opslag en transport het belangrijkste criterium is om beleidskeuzes te maken. Zo ook in de ondergrond en op straatniveau.

Ruimteclaims

Dit zal ook duidelijk worden als de schop in de grond gaat in alle wijken die van het aardgas afgekoppeld gaan worden. Warmtenetten vragen met hun toeleverende retourleidingen veel meer ruimte dan conventionele aardgasnetten. De toename van zonnepanelen op daken en de capaciteit van het laagspanningsnet zorgen bovendien voor meer transformatorhuisjes in de wijk en op buurt- of huisniveau voor de aanleg van batterijen. Of denk aan het aanleggen van gesloten WKO-systemen (warmte-koudeopslag) waarbij interferentiekaarten ervoor moeten zorgen dat de WKO van de ene woning geen effect heeft op die van de buren. Elke techniek heeft zo zijn eigen ruimteclaims door de fysieke afmetingen en zonering.

De beroemde schrijver Mark Twain heeft het naar verluid al gezegd: ‘Koop land, dat maken ze tegenwoordig niet meer’. Grond en ruimte zijn schaars. De grote vraag is dan ook: hoe kom je verder met dit ruimtelijke vraagstuk? Zonder uitputtend te zijn, en natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, volgen hierna drie tips die helpen in het zoeken naar de volgende stap.

"In dit artikel geef ik drie tips vanuit het gedachtengoed van Strategisch Omgevingsmanagement, die helpen in het zoeken naar de volgende stap in het ruimtelijke vraagstuk van de energietransitie."

Ruben van de Belt - Adviseur OchtendMensen van 2017 tot en met 2020 - Nu beleidsadviseur Duurzame Energie Ministerie BZK

Tip 1: Gezamenlijk op zoek naar feiten

Overeenstemming ontstaat niet zomaar, daar moet je samen aan werken. Een grote bron van discussies heeft vaak te maken met de feitelijke situatie. Bij verschillende betrokkenen zijn verschillende kaarten, gegevens en data in omloop. Maar ook verschillende ervaringen met en herinneringen aan het gebied. Bewoners die er al decennia wonen, hebben al veel werkzaamheden meegemaakt: zowel wat er gebeurde als de manier waarop. Grondroerders hebben kaarten van de leefomgeving van inwoners die de inwoners vaak nog nooit gezien hebben.
De eerste stap om er samen uit te komen, is om al deze gegevens en kennis op tafel te leggen, te vergelijken en tegenstrijdigheden op te lossen. Pas als iedereen hetzelfde feitelijke vloertje heeft, kan je het over de toekomst gaan hebben.

Tip 2: Van standpunt naar belang

Zodra het gesprek over die toekomst begint, worden er vaak eerst standpunten uitgewisseld: ‘Ik ben tegen zus,’ of: ‘Ik ben voor zo’. Vaak emotioneel geladen en in ieder geval al langer overpeinsd. Dat vraagt om een onafhankelijk gespreksleider die helpt te zoeken naar het verdiepen van die standpunten. Waarom vind je dat? Wat maakt dat je dat vindt? Vaak kom je dan terecht bij wat die persoon of organisatie echt belangrijk vindt in het proces. Dat biedt vaak veel meer aanknopingspunten voor een succesvol vervolg, dan het blijven hangen in standpunten. Zo kan een standpunt tegen een extra transformatorhuisje omvormen naar het belang dat groen – en dan met name bomen en speelgelegenheid – ten minste behouden blijft in de wijk, zodat deze ook kindvriendelijk blijft.

Tip 3: De energietransitie moet geen ‘space race’ worden

Als de belangen van alle betrokkenen helder zijn – of het nou om grote organisaties, zoals de grondroerende partijen, of buurtbewoners gaat -, is het de kunst om te zien waar die mogelijk botsen. In de stap van standpunt naar belang zal een deel zich oplossen. Maar omdat grond en ruimte schaars zijn, zullen er conflicterende belangen blijven. De kunst is dan vooral om er geen ‘space race’ van te maken; geen wedstrijdje armpje drukken. Want de energietransitie is niet in één dag geregeld. En ook bij andere kwesties zullen de betrokkenen elkaar nog tegenkomen. Al was het maar bij de buurtbarbecue of bij een vergelijkbaar project in een andere gemeente. Er is altijd een volgende keer. Het is veel kansrijker om te zien hoe de taart groter gemaakt kan worden. Samen te zoeken naar welke creatieve en out-of-the-box-opties er zijn om toch tegemoet te komen aan de belangen. Of dat in ieder geval zoveel mogelijk te doen.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief