OchtendMensen-onderwijsadviseur Marieke Gille ontdekte dankzij haar maatschappijleerdocent Koen Hoondert dat onderwijs anders kan en dat je er als leerling toe doet. Jaren later zagen ze elkaar weer bij OchtendMensen, toen Koen vanuit zijn rol als onderzoeker aan de Universiteit Utrecht kwam spreken voor de onderwijsgroep als onderdeel van de inhoudelijke verdieping op het thema burgerschap.
In dit stuk lees je meer over hoe Koen Marieke inspireerde, over Koens visie op burgerschap in de praktijk en hoe adviseurs van OchtendMensen impact maken in hun opdrachten.
Marieke: ‘Ik werk nu ruim twee jaar bij OchtendMensen als onderwijsadviseur. Met mijn achtergrond in humanistiek en burgerschapsonderwijs kwam ik bij OchtendMensen terecht. In mijn huidige opdracht bij de PO‑ en VO-raad richt ik mij op het aanpakken van het onderwijspersoneelstekort: niet alleen bij leraren, maar ook bij schoolleiders en ander onderwijspersoneel.’
Koen: ‘Ik ben vakdidacticus en lerarenopleider aan de Universiteit Utrecht en doe onderzoek naar burgerschapsonderwijs. Ik sta niet meer voor de klas, maar ik heb jarenlang geschiedenis en maatschappijleer gegeven in het voortgezet onderwijs.’
Marieke: ‘Ik kom uit een onderwijsfamilie. Onderwijs was een belangrijk onderwerp van gesprek in de familie, maar ook meneer Hoondert [Koen] heeft daar een rol in gespeeld, omdat hij zijn leerlingen uitdaagde om zelf kritisch te kijken naar het onderwijs.’
‘Op een dag kwam ik het klaslokaal van meneer Hoondert binnen en waren alle tafels weg — vervangen door statafels. Voor meneer Hoondert was dat heel normaal, maar voor mij als leerling maakte het enorme indruk. Het liet zien dat onderwijs niet vast hoeft te liggen. Dat het anders kan.’
| |
‘Ik stond ‘ne bis en idem’ uit te leggen en zag dat het de klas niet interesseerde — en eerlijk gezegd mij ook niet. Pas toen ik ging nadenken over wat ik belangrijk vond, en vroeg wat leerlingen belangrijk vonden, veranderde mijn les en het hele curriculum ineens.’ |
Koen: ‘Ik wil leerlingen laten zien dat het ook anders kan. In mijn eerste jaar als docent hield ik me nog vast aan de methode. Ik stond ‘ne bis en idem’ uit te leggen en zag dat het de klas niet interesseerde — en eerlijk gezegd mij ook niet. Pas toen ik ging nadenken over wat ik belangrijk vond, en vroeg wat leerlingen belangrijk vonden, veranderde mijn les en het hele curriculum ineens.’
Koen: ‘Ja, voor mij draait burgerschapsonderwijs om twee dingen. Ten eerste: leerlingen zíjn al burgers. Ze worden het niet pas op hun 18e. Ze hebben al super veel gedachtes en ervaringen die super waardevol zijn. Ze hebben nog veel te leren aan kennis en vaardigheden om verder invloed uit te oefenen, maar het begint ermee dat je ze ziet als burgers.’
‘Ten tweede kan onderwijs op veel verschillende manieren vorm krijgen. Onderwijs, samenleven en democratisch handelen staan niet vast in één structuur. Hoe we dat moeten doen staat niet vast, denk bijvoorbeeld aan toetsweken of de standaard tafelopstelling.’
Koen: ‘In de dagelijkse onderwijspraktijk lijkt alles soms vast te liggen: een rooster van zes lesuren, toetsweken, niveaugroepen. Maar onder die praktijk liggen structuren die wél ter discussie mogen staan. En daar werken jonge professionals zoals Marieke aan.’
‘Je hebt al enorme impact als een school besluit van vier naar drie toetsweken te gaan, of geen toetsweek tijdens de ramadan te plannen. Of door het vak maatschappijleer in heterogene niveaugroepen te geven. Als onderwijsprofessionals werken wij aan de systeemwereld die richting geeft aan de praktijk — en die kan er anders uitzien als wij andere keuzes maken.’
‘En laat ik duidelijk zijn: die systeemwereld heeft ook waarde, bijvoorbeeld om kwaliteit te borgen. Maar we moeten ons blijven afvragen: voor wie werkt deze structuur goed, en voor wie minder?’